Activiteiten

za mrt 23 @09:00 - 12:00PM
Cursus enten.
vr mei 10 @08:00 - 05:00PM
Tuindagen van Beervelde.
za mei 11 @08:00 - 05:00PM
Tuindagen van Beervelde.
zo mei 12 @08:00 - 05:00PM
Tuindagen van Beervelde.

ALGEMEEN

In de eerste graad maken de leerlingen via eenvoudige leermiddelen kennis met de verschillende sectoren van de land- en tuinbouw en wordt de basis gelegd voor een verdere opleiding of tewerkstelling in de agrarische sector. Door observatie en elementaire oefeningen raken ze vertrouwd met de teelten van groenten, fruit, bloemen, sierplanten en bomen. Ook een eerste kennismaking met dieren komt aan bod. Om praktijkervaring op te doen en handvaardigheden te verwerven worden leerlingen ingeschakeld in de productieafdelingen en betrokken bij het onderhoud van grotere percelen binnen het 19e-eeuwse landschapspark. Omdat een gedegen planten- en dierenkennis onmisbaar is voor wie een “groene” opleiding volgt, wordt daarvoor nu al een basis gelegd in het vak nomenclatuur. Daarin leer je stapsgewijs planten en dieren herkennen en hun wetenschappelijke naam. Vakbekwame leraars en moderne leermethodes schieten je daarbij te hulp.

Omdat op Tuinbouwschool Melle het onderwijs zo is ingericht dat je van de verschillende deelsectoren van de land- en tuinbouw proeft, zal je na twee jaar op het einde van de eerste graad in staat zijn een weloverwogen eerste studiekeuze te maken. Later leidt de ingeslagen weg tot verdere specialisaties.

Land- en tuinbouwonderwijs is zeker niet uitsluitend theoretisch, ook de creativiteit komt ruimschots aan bod. We zijn een doe-school waar je zowel zelfstandig als in groep leert werken, plannen en organiseren.

Land- en tuinbouwonderwijs, iets voor jou?
Je bent handig,
houdt van afwisseling,
hebt een praktische geest,
hebt interesse voor plant, dier en milieu,
werkt graag in de openlucht,
dan is het beroepsonderwijs beslist iets voor jou.

Je hoeft dus zeker niet uit een land- en tuinbouwmidden te komen opdat de Tuinbouwschool je ding zou zijn.

De opleiding in het 1e leerjaar van de 1e graad B-stroom voorziet wekelijks in 5 lesuren over planten, dieren en milieu. Er wordt ook ingezet op onderwijsloopbaanbegeleiding. Gedurende 1 lestijd per week komt Leren leren en leren kiezen aan bod. Deze intense vorm van studiebegeleiding moet onze nieuwkomertjes in staat stellen om zonder al te grote aanpassingsproblemen de overgang van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs te maken. In het beroepsvoorbereidend leerjaar Land- en tuinbouw wordt er 10 uur plant-milieu en 6 uur dier–milieu gegeven. Tevens is er in dat tweede leerjaar wekelijks 2 uur projectwerk voorzien.

B-STROOM

Kunnen instappen in het 1e leerjaar B:

Leerlingen die het lager onderwijs hebben beëindigd zonder getuigschrift basisonderwijs
of
Leerlingen die het lager onderwijs niet hebben beëindigd maar uiterlijk op 31 december na de aanvang van het schooljaar de leeftijd van 12 jaar bereiken
of
Leerlingen die tijdens het schooljaar overgaan van het eerste leerjaar A naar het eerste leerjaar B op voorwaarde van een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad.

Wie de praktischer georiënteerde B-stroom kiest, heeft vanaf het volgende studiejaar een overgang naar het beroepsonderwijs op het oog, met name het Beroepsvoorbereidend leerjaar Land- en tuinbouw (2 Bvl).

 

Aansluitend studieverloop

Wie de B-stroom succesvol beëindigt, kan instappen in: het 1e leerjaar van de 2e graad BSO Plant, dier en milieu (3 PDMB)

 

NIEUW CONCEPT basisvorming 1B, vanaf 1 september 2019

In Tuinbouwschool Melle streven we ernaar om in de 1ste graad een BREDE eerste graad te realiseren, met een breed basisaanbod, dat naadloos aansluit op het aanbod in het basisonderwijs. Dit basisaanbod is hetzelfde voor alle leerlingen.

  • Vanuit het basisonderwijs loopt de basisvorming verder door. De ontwikkeling van leercompetenties dient daarbij centraal te staan, eerder dan de leerinhoud. Het globale leerplan dient hiervoor geëxpliciteerd te worden.
  • De doelstellingen die gehaald dienen te worden, worden verbreed. ALLE leerlingen kunnen instromen, zullen aansluiting vinden en worden niet vastgezet in een studiekeuze die door de specificiteit van de school beperkt wordt.
  • Een grotere zorgbreedte en bredere basiszorg wordt aangeboden.
  • Gedurende die eerste graad krijgen de leerlingen de kans om zich gaande weg te oriënteren. Studiekeuzebegeleiding is de rode draad doorheen de 1ste graad.
  • In het basisaanbod zetten we in ook op remediëren en verdiepen, om uiteindelijk gericht te kunnen adviseren in de loop van het oriënteringsproces dat de leerling doorloopt.

Tuinbouwschool Melle heeft ervoor gekozen om het globale leerplan van de basisvorming in de 1ste graad via vakkenclusters te realiseren.

In de vakkenclusters zal via co-teaching gewerkt worden in een ‘nestklas’.

- We zullen de instructietijd inkorten of instructiemateriaal (bv. instructiefilmpjes) zal digitaal ter beschikking gesteld worden.

- Weekplanningen zullen in team opgemaakt worden.

- Leerlingen gaan zelfstandig aan de slag (alleen of via coöperatief leren). De leraar is hierbij de coach, de begeleider. In de B-stroom wordt regelmatig projectmatig gewerkt.

- Op vast ingeplande momenten zullen feedback- en coachingsgesprekken in functie van onderwijsloopbaanbegeleiding gevoerd worden.

Via de vakkenclusters kunnen we beter op de noden inspelen, want deze manier van werken biedt heel wat voordelen voor de leerlingen:

- Geen eenuursvakken meer, geen versnippering van leerinhouden meer.

- Minder verschillende leerkrachten en de leerlingen blijven hoofdzakelijk in hun eigen lokaal, waardoor de overgang van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs beter verloopt en als minder bruusk wordt ervaren.

- De leerling wordt door een ‘team’ van leerkrachten begeleid en ondersteund.

- Lespraktijk is afgestemd op waarmee de leerling in het Basisonderwijs vertrouwd is.

- Leerkracht heeft meer kwaliteitstijd (meer lesuren) om binnen zijn vakgebied leerlingen te begeleiden en te ondersteunen. Leerbegeleiding is ingebed in deze pedagogische aanpak.

- Bij coöperatief leren kunnen leerlingen van diverse afkomst en niveau samen met elkaar werken en leren en elkaar stimuleren.

- De leerling krijgt meer eigenaarschap over zijn eigen leerproces.

- Welbevinden bij leerlingen is groter.

- De ‘goesting’ om te leren wordt gestimuleerd.